Weblog

De documentaire: missie volbracht!

Licht zenuwachtig zat ik enkele weken geleden in een Utrechts zaaltje met de techniek te klooien toen familie en vrienden binnenstroomden. Het was tijd voor de prescreening, een testvertoning van Weg van de barricaden. Editor Daan en ik hebben de afgelopen maanden hard gewerkt om de documentaire op tijd af te krijgen voor inzending bij IDFA. Maar om van deze ‘rough cut’ (ruwe versie) naar de ‘online’ (finale versie) te gaan wilden we het geëerd en bekende publiek een voorproefje gunnen. Met reactieformulier uiteraard.

Met de techniek ging het uiteindelijk goed en ook de vertoning verliep prima. Veel positieve reacties, veel gelach ook tijdens de documentaire, soms op momenten die ik helemaal niet had verwacht. En tijdens wat ‘moeilijke gedeeltes’ (veel gepraat e.d.) zag ik niemand verveeld kijken. Na afloop veel vragen, discussie zelfs. Was de stelling van de docu voldoende uitgewerkt? Was deze generatie nu echt anders? Gaat het echt zo beroerd in politiek Den Haag?

Na alle feedback zijn we nu bezig Weg van de barricaden te verfijnen en af te ronden tot een compleet, spannend verhaal. Ergens is het ongelofelijk dat het idiote plan om een documentaire te maken daadwerkelijk is volbracht. Het heeft me nogal wat geld gekost, maar er ligt nu een product op tafel dat, als ik zo vrij mag zijn, echt een film kan worden genoemd. Spanning, drama, vragen, dilemma’s, (redelijk) mooie beelden – de verplichte ingrediënten van een documentaire zitten er allemaal in. Met dank aan Daan natuurlijk, zonder wie ik Weg van de barricaden niet had kunnen maken.

En nu? Ik hoor pas half oktober of de film is geselecteerd voor IDFA. Daar is ondanks het thema (maatschappelijke betrokkenheid van jongeren) relatief weinig kans op, vanwege het relatief hoge aantal inzendingen. Verder ga ik nu op zoek naar een mediapartner die de film wil distribueren, ik mik op DVD-bijlage bij krant of tijdschrift. TV gaat niet lukken, in dat gesloten wereldje kan ik geen voet tussen de deur krijgen.

Daarnaast wil ik in december, januari en februari een road show organiseren om de film bij allerlei soorten instellingen te vertonen: overheden en maatschappelijke clubs, bedrijven en universiteiten. Na vertoning (60 minuten) volgt een discussie met de zaal. Met deze road show wil ik – van onderop en op kleine schaal – de discussie over de maatschappelijke veranderingen en mijn generatie verder aanzwengelen. En, eerlijk is eerlijk: het geld en de tijd terugverdienen die ik in de documentaire heb gestopt.

Want Weg van de barricaden is uiteindelijk gemaakt om online beschikbaar te komen. Gratis en voor niets, via kanalen als Youtube en Vimeo. Informatie is voor de twintigers en dertigers van vandaag immers gratis – en ik geloof meer in de kracht van verspreiding van boodschap en kunst in een open dan in een gesloten, betaalde vorm.

Een creatieve zomer

Hehe, eindelijk even geen oranje. Maar gewoon blauwe luchten, spierwitte wolken en een vuvuzelaloze publieke ruimte. De afgelopen voetbalweken maakten het soms lastig om goed te kunnen concentreren. Niet alleen omdat ik zelf vaak de wedstrijden zat te kijken, maar ook omdat het continue geschreeuw en geroep van de cafés verderop in de straat voor nogal wat afleiding/verstoring zorgde.

Maar nu is het rustig, want ‘we’ hebben verloren. Hoogste tijd om de creatieve bezigheden volle vaart te geven. Hard nodig, want de belangrijkste deadline van het jaar nadert. Op 1 augustus moet ik de rough cut versie van mijn documentaire bij IDFA indienen. Daar zijn we nu hard mee bezig, vooral editor Daan Veldhuizen die vorige week een spannend begin van 17 minuten heeft gemonteerd. Ik bewaak de lijn, zoek filmpjes op het net voor de ‘context en duiding’ gedeeltes van de docu. En op Jamendo heb ik prachtige muziek gevonden onder Creative Commons licentie.

Verder ben ik met de eerste hoofdstukken van mijn nieuwe boek De machteloze staat bezig. Vreemd om ineens weer in zo’n schrijfproces te zitten, de laatste delen van Change schreef ik al weer anderhalf jaar geleden. En het is zo ontzettend anders om schriftelijk de werkelijkheid proberen weer te geven dan op beeld. Alles is anders: hoe vertel je iets, wat laat je weg, moet je juist zonder of met structuur werken, hoe vertaal je tekst in beeld en beeld in tekst. Documentaires maken en boeken schrijven zijn totaal verschillende vakken, terwijl ze precies hetzelfde doel hebben. Vind ik althans.

Het is daarnaast wachten op de essays voor de bundel van jonge denkers die ik met Farid Tabarki en Rens van Tilburg maak. We hebben een groep getalenteerde schrijvers opgesteld die vaak onbekend zijn, maar een duidelijke en heldere visie hebben op het Nederland van de toekomst – na de economische, politieke en duurzaamheidscrisis. De deadline is 1 augustus, maar het aantal stukken dat we echt binnen hebben is nog wat laag. Kennelijk hebben meer mensen last zich te concentreren in deze oranje vakantieluiertijd.

En wat ook lastig is, het blijft een stomvervelend onderwerp, is geld. Niet zozeer voor mezelf, ik red me wel met de verschillende opdrachten, maar voor het gefinancierd krijgen van de documentaire. De crowdfunding heeft bijna niets opgeleverd en inmiddels heb ik een stapel afwijsbrieven van fondsen en bedrijven. Het absolute budget is nu zelfs geslonken, puur om de kosten te dekken, naar een schamele 5.000 euro. Terwijl het onderwerp en het geschoten materiaal inmiddels meer dan relevant zijn geworden. Terwijl Den Haag en de economie vastlopen verbetert een generatie van jonge idealisten onze samenleving van onderop, en ik leg in beeld (niet in tekst!) de dreigende mentaliteitskloof tussen jongeren en het systeem bloot. Waarom wil niemand zo’n maatschappelijk relevant project steunen?

Bijdrage aan boek over participatie

De kernwaarden van jongeren: authenticiteit, transparantie, participatie

Laatst nam ik een kijkje bij een groots opgezette demonstratie van jongeren tegen bezuinigingen in het onderwijs. Er waren talloze organisaties bij betrokken, sponsors aangetrokken en media uitgenodigd om een massale beweging op te zetten – natuurlijk op het Amsterdamse Museumplein. Daar aangekomen hoorde ik veel kabaal maar zag ik weinig jongeren. Heel weinig. Iets van 1500 denk ik. De vlaggen en banners (deels aangeboden door de politieke partijen, het was verkiezingstijd) maakten er nog iets van, net als de pompende muziek van het radiostation Wild FM. Maar liep hier nu een plein vol met boze jeugd?

De demonstratie toonde voor mij weer eens aan dat de jongeren van vandaag niet meegaan in de oude, collectieve structuren die samenleving van de twintigste eeuw zo gekenmerkt hebben. De twintigers en dertigers zijn opgegroeid na de Koude Oorlog, in een tijd dat de internationale grenzen wegvielen en de ICT-revolutie om zich heen greep. Voor deze leeftijdsgroep zijn de slome, hiërarchische collectiviteiten van vakbonden, politieke partijen en maatschappelijke organisaties afschrikwekkend. Het duurt immers jaren voordat je iets in zo’n organisatie kunt bereiken en intussen moet je je door eindeloze bureaucratie, vergaderingen en politieke spelletjes worstelen. Bovendien hebben zij feilloos door hoe langzaam deze clubs reageren op de enorme veranderingen in de samenleving.

Nee, de jongeren van vandaag zijn niet meer te vinden voor een ‘doe-iets-voor-de-wereld-tientjeslidmaatschap’  van Greenpeace, de VPRO of de FNV. Zij willen liever hun maatschappelijke ei kwijt in projecten en kleine clubjes waar ze persoonlijk betrokken kunnen zijn. In sociologische termen gaat het om een schisma tussen verticaal en horizontaal denken. Waar oudere generaties geloven in bescherming en zekerheid van bovenaf, denken jongeren in kansen, nieuwe verbindingen en open netwerken, van onderop.

Daardoor ontstaan op dit moment parallelle structuren in de maatschappelijke betrokkenheid van burgers in Nederland. Dat is op termijn gevaarlijk. ‘Oude’ organisaties houden vast aan hun collectiviteiten met achterbannen, hoe sterk die ook vergrijzen (een kwart van de vakbondsleden is ouder dan 65). De nieuwe, onzichtbare clubjes vormen één groot netwerk waar persoonlijke participatie, authenticiteit en transparantie voorop staan. Dat leidt tot een enorme versnippering, maar dat is ook juist de bedoeling.

De Nederlandse verzorgingsstaat is op dit moment onvoldoende toegerust om op deze manier van participatie serieus in te spelen. De ‘belangenclubs’  van weleer moeten uit hun ivoren torens komen en de oude manier van denken overboord gooien. Doen ze dat niet, dan werken ze mee aan een tweedeling in de samenleving, en aan het verdiepen van de mentaliteitskloof tussen jong en oud.

Joop Hazenberg is voorzitter van denktank Prospect en auteur van het boek Change – hoe de netwerkgeneratie Nederland gaat veroveren.

Gezocht – filmpjes van jonge idealisten!

Doe mee aan de open-source documentaire Weg van de barricaden!

—Tot 15 juli is inzending mogelijk van filmpjes van jonge idealisten

—Aan: alle twintigers en dertigers die zich voor de maatschappij inzetten

Beste jonge idealisten en/of netwerkers!

Maak jij ook deel uit van de versnippering en versplintering die onze netwerkgeneratie zo kenmerkt? Verbeter je de samenleving van onderop, zonder subsidie of tientjesleden, op een niveau waar het borrelt en bruist maar dat onzichtbaar is voor het grote publiek? Of ken je deze ‘activisten 2.0′ binnen je netwerk?

Dan roepen we je op mee te doen aan ons documentaireproject Weg van de barricaden. Wij volgen een aantal jonge activisten die buiten de gevestigde orde om, geheel op eigen initiatief, zich inzetten voor een beter Nederland. Onder meer Aart van Veller (Wij zijn Koel), Ruben van Zwieten (Zingeving Zuidas) en Yesim Candan (partij één). De documentaire gaan we inzenden bij IDFA en uiteindelijk komt Weg van de barricaden op internet. Omdat informatie vrijelijk beschikbaar moet zijn, maar ook omdat we de boodschap willen verspreiden dat de netwerkgeneratie wel degelijk maatschappelijk betrokken is – zonder collectiviteiten of bewegingen te starten.

De bedoeling is zoveel mogelijk korte filmpjes te verzamelen van organisaties en eenpitters die iets doen voor de samenleving. Het maakt niet uit wat, je kan je inzetten voor de sociale cohesie in je eigen wijk, een plan voor een duurzaam Nederland opzetten of een school in Kenia beginnen. Een selectie van de filmpjes zullen we vervolgens aan het eind van Weg van de barricaden laten zien. Ook zullen deze spots (mits van redelijke kwaliteit) op de website komen die het vervolg wordt op de documentaire!

Als je in de documentaire wil komen met jouw project, stuur dan uiterlijk 15 juli een filmpje van maximaal 30 seconden naar het onderstaande adres. Het formaat is niet belangrijk, ook de kwaliteit niet (alleen liever niet met de mobiel opnemen). Je kan met een digitale fotocamera meestal ook aardige filmpjes maken. Vermeld in het filmpje wie je bent/wie jullie zijn, wat jullie doen voor de samenleving en waarom. That’s it. Je mag ook iets over onze generatie roepen.

Hopelijk zien we je filmpje tegemoet!

Adres voor de filmpjes (indien groter dan 10MB)

Utrechtsedwarsstraat 89
1017 WD Amsterdam

Of plaats ze op YouTube en stuur ons de link!

Prospect publiceert Paars Plus programma

Om de formatie enigszins de goede kant op te duwen, schiet denktank Prospect zijn eigen programma voor Paars Plus de wereld in. De denktank bepleit een radicale vernieuwing van het Nederlandse (politieke) landschap. Het poldermodel moet worden afgeschaft, de verzorgingsstaat tot in de kern gemoderniseerd. En natuurlijk moet Nederland veel groener worden.

‘Nu hervormen, een akkoord voor de toekomst’ is HIER te lezen.

We hopen op veel reacties en een pittige discussie!

Optreden bij Stand-up Inspiration

Nog nooit zoveel plankenkoorts gevoeld voor dit optreden (zie vorige Changelog), dat nu is terug te zien. Ging toch eigenlijk best goed, jammer alleen van die zeurderige vragen aan het eind!

StandUp Inspiration | Joop Hazenberg from Videologic on Vimeo.

Optreden Joop Hazenberg bij Stand-up Inspiration

Plankenkoorts en Paars 3

In de plee oefende ik nog wat van mijn tekst. Daarna stapte ik weer de zaal in en bleef op mijn briefje spieken. De hand van Hans Sibbel (beter bekend als Lebbis) viel met een klap op mijn schouder. ‘Dat heeft geen zin meer! Gewoon doen!’ lachte hij. Intussen rilde de plankenkoorts door mijn lichaam.

Even later stond ik in Toomler omringd door 200 man publiek en veel felle podiumlichten mijn verhaal te houden. Waarom de wereld zo veranderd is en hoe we daar op in moeten spelen. Wat ik doe om een brug te slaan tussen mijn versnipperde generatie en het vastlopende systeem. Waar mijn documentaire over gaat.

Normaal heb ik nooit plankenkoorts maar hier in de tempel van stand-up comedy wel. Misschien had het te maken met de opmerking van de presentator dat hij mijn stellingname helemaal niks vond en dat hij, als 51-jarige, ook lid was van mijn generatie! Of het was gewoon de status van Stand-Up Inspiration als té hippe plek om te mogen spreken. Enfin, het ging allemaal best aardig, op wat zeikerige vragen na – waarom is je boek niet gratis, wat heb je nu allemaal eigenlijk bereikt.

Niettemin kwam ik dezelfde soort weerstand óók tegen bij twee andere lezingen, terwijl die juist bij dezelfde doelgroep van veranderaars was. In het hol van de leeuw, een woningcorporatie, kreeg mijn vierde lezing van de week juist ontzettend veel positieve respons en oprechte discussie.

Die andere botsingen waren bij de Beyond Babyboomer Day en bij het diplomatenklasje van Buitenlandse Zaken. Het eerste evenement was een initiatief van een aantal denkers uit verschillende generaties, die wilden uitzoeken hoe Nederland vorm kan krijgen als de babyboomers hun machtsposities hebben ingeruild voor het welverdiende pensioen. Daar hield ik een praatje over de mentaliteitskloof tussen de generaties, het ontbreken van perspectief vanuit de generatie X en de noodzaak tot vernieuwing van onderop. Maar werkelijk alles dat ik betoogde werd gelijk aangevallen, op het persoonlijke aan toe. Heel vreemd omdat ik juist om tafel zat met vernieuwers, tenminste dat dacht ik.

De derde botsing, misschien wel de heftigste, was in Den Haag. Terwijl de nieuwe Kamer werd geïnstalleerd en Koningin Beatrix de beeldententoonstelling op het Lange Voorhout opende, hield ik een presentatie bij het klasje van Buitenlandse Zaken, precies vijf jaar nadat ik daar zelf in had gezeten. Eerst ging het nog goed, mijn punten over het ‘platter worden van de samenleving’ werden door de jonge diplomaten niet aangevochten.

De discussie liep verkeerd toen ik, als uitsmijter, vertelde waarom ik weg ben gegaan bij BZ – met een dikke disclaimer dat dit mijn eigen ervaringen en mijn karakter als ‘vrijdenker’ betrof. Pavlov-reactie, rode lap voor stier, kat in het nauw, gevoelige snaar: ik weet niet waarom de groep zich tegen mij keerde, maar het gebeurde. Zelden zoveel defensiviteit bij een toespraak meegemaakt, zelfs de vijftigers van de pensioenfondsen bij de recente lezing bij Delta Lloyd waren vriendelijker. Het kostte heel wat napraten en geborrel om de gemoederen enigszins tot bedaren te brengen. Volgende keer (als die komt) zal ik mijn boodschap nog voorzichtiger en vriendelijker brengen. Omdat het mij gaat om dialoog en vernieuwing, niet om ruzie en onbegrip.

Nog beduusd van al deze indrukken ben ik gisteren begonnen het regeerakkoord van Paars 3 te schrijven. Pardon? Ja, ik wil met een kleine groep denkers van Prospect de essentiële punten van de brede coalitie van Paars 3 in het publiek domein gooien, nog voordat zij op het bordes staat. Dat is ook in 1997 in het Verenigd Koninkrijk gebeurd, toen een aantal jonge denkers een paginagroot artikel schreef over wat Tony Blair moest gaan doen, nu hij verkozen was tot premier. Deze club heette Demos en is daarna jarenlang een invloedrijke denktank geweest.

Niet dat Prospect de denktank voor Paars 3 wil worden. We binden ons aan geen enkele stroming. Maar deze bundeling van progressieve en liberale krachten zou na jaren van stilstand wel een unieke kans zijn om de overheid, de verzorgingsstaat en de economie radicaal te vernieuwen. Daar gaat het mij om. Zodra dit programma in de krant staat, komt het ook op deze site. Met cc aan Stand-Up Inspiration, Beyond Babyboomer Day, en de diplomaten die aan hun eerste plaatsing gaan beginnen.

Eén jaar Change

De kamer ligt bezaaid met laptops, kabels en transcripten. Mijn editor en ik zijn sinds vandaag begonnen aan de montage van de documentaire, nu twee van de verhaallijnen bijna helemaal gefilmd zijn en de deadline van IDFA (1 augustus) nadert. Verder bulkt mijn to-do-lijstje van de punten, vervelende en minder vervelende.

Vandaag is los van de start van het montageproces een bijzondere dag. 9 juni. Dat is een datum die bij de meeste Nederlanders zal worden verbonden aan de verkiezingen van vandaag. Maar mijn gedachten gaan precies een jaar terug. Op 9 juni 2009 fietste ik naar de Herengracht om daar het eerste exemplaar van mijn boek Change in ontvangst te nemen. En natuuurlijk de publicatie te vieren met vrienden en familie, bier en bitterballen.

In het boek, de meeste lezers van deze log waarschijnlijk wel bekend, beschrijf ik de grote veranderingen in de Nederlandse samenleving van de afgelopen twintig jaar. Denk aan Europa, globalisering, individualisering en de ICT-revolutie. Maar ik beschrijf ook openhartig mijn ervaringen en botsingen middenin het Haagse systeem, van 2002 tot 2007 werkte ik achtereenvolgens als medewerker van Jozias van Aartsen in de Tweede Kamer, als beleidsmedewerker bij Buitenlandse Zaken én als politiek redacteur bij dagblad De Pers.

En nu is het alweer een jaar later. Change – hoe de netwerkgeneratie Nederland gaat veroveren is geen bestseller geworden. Ik denk iets van 1000 exemplaren verkocht te hebben en hoop de eindstreep (1500 exemplaren) zeker te halen. Maar het boek heeft wel een forse dialoog op gang gebracht. Ik heb sinds de publicatie bij tientallen organisaties mijn verhaal mogen houden, soms voor honderden ondernemers of pensioenfondsbestuurders, dan weer bij studenten en rotary clubs. Ik heb in die tijd ontzettend veel geleerd van wat leeft in de samenleving, dat onze verzorgingsstaat achter de schermen volkomen vastloopt. En dat mijn analyse uit Change nog steeds recht overeind staat.

Nu ben ik gevestigd als zelfstandig adviseur en spreker. In de tussentijd werk ik aan de documentaire waarin ik de maatschappelijke betrokkenheid van mijn generatie in beeld breng, er is inmiddels prachtig materiaal geschoten waardoor zeker duidelijk zal worden dat de jongeren van vandaag zeker niet lui of apathisch zijn.

Wel zie ik veel behoefte aan vernieuwing en inzicht in veranderingen bij allerlei soorten organisaties. Aan de andere kant van de onzichtbare mentaliteitskloof zie ik ontzettend veel clubjes, eenpitters en bakken visie en ideeën bij mijn compleet versnipperde generatie. Het systeem en de jongeren praten echter niet (of te weinig) met elkaar.

Hoogste tijd dus voor een structurele dialoog om de vernieuwing en dynamiek ook bij de gevestigde orde en de verzorgingsstaat te krijgen. Ik wil Change Generation echt een verbindende organisatie maken, dat is mijn doel voor de komende paar jaar. En heel concreet ga ik dat de komende weken doen.

Volgende week organiseer ik een brainstorm bij de Bredase woningcorporatie AlleeWonen, waar 40 jonge denkers en corporatiebestuurders bijeen komen om na te denken over wonen, werken en leven in 2020. En welke positie ‘de’ woningcorporatie daarin heeft. Of niet.

Verder help ik MOVISIE bij de organisatie van de Participatietop, waarin de vraag aan de orde wordt gesteld hoe in een afgeslankte verzorgingsstaat de ‘eigen verantwoordelijkheid’ van burgers moet worden ingevuld. Hoe zelfredzaaam kunnen we in de toekomst worden, los van de noodzaak van bezuinigingen?

En: er komen twee nieuwe boeken aan! Ik heb zo’n 17 jonge denkers gevonden die hun visie gaan geven op het Nederland van na de crisis, zowel op politiek-maatschappelijk als economisch en duurzaamheidsterrein. Verder heb ik gisteren een contract getekend bij de literair agent Paul Sebes. Zijn bureau gaat mijn boekvoorstel De Machteloze Staat uitzetten bij uitgevers, waarin ik ga onderzoeken hoe concreet (en vergaand) de uitholling van de invloed van overheid en politiek eruit ziet.

Nu wachten tot het droog is. Zodat ik kan gaan stemmen. Dat wordt zeker een stem voor Change.

Bruggen slaan tussen zuchters en dromers

Ah, zomer. Na een valse start lijkt het seizoen van groen, blauw en bries eindelijk te zijn uitgebroken. Langs mijn kantoorpand tuffen opgelucht kijkende mannen in poloshirts in te grote boten. Toeristen sjokken, de jas opengevallen over straat. En ik pijnig mijn ogen omdat de zon reflecteert op het computerscherm.

Intussen krijgt ook het werk steeds meer vorm. Ik ben nu een paar maanden bezig het concept van Change Generation uit te werken tot een volwaardig bedrijf. Eerst dacht ik mezelf te moeten profileren met de dingen die ik het liefste (en met de meeste passie) doe: schrijven en spreken. Maar nu kom ik erachter dat die zaken mensen niet direct aanspreken. Waarover schrijf en spreek je dan? Nou ja, over maatschappelijke verandering en hoe we daar om moeten gaan. Ja, antwoordt mijn gesprekspartner dan steevast, maar wat heb ik eraan?

Hierop ben ik gaan kauwen en heb wat marketingboeken nageplozen. Wat blijkt: consultant F. had gelijk. Hij reageerde bij de start van Change Generation meteen: ‘Je bent gewoon adviseur. Maar daar kom je nog wel achter.’ Terugkijkend op mijn afgelopen opdrachten heb ik inderdaad meestal die rol vervuld.

Dat ging soms in de vorm van een toespraak met aanbevelingen, bijvoorbeeld hoe pensioenorganisaties jongeren konden bereiken. Een andere keer schreef ik een column over de arbeidsmarkt of het woonbeleid. En ik zette discussies op tussen jonge denkers en de gevestigde orde om een gesprek op gang te krijgen over maatschappelijke thema’s, zoals duurzaamheid.

Ik merk steeds meer in een bepaalde behoefte te voldoen bij overheden en maatschappelijke organisaties, maar ook bij bedrijven. Die behoefte is nog niet goed te definiëren, maar heeft meestal te maken met de relatie tussen de organisatie waar ik spreek/schrijf/denk/modereer, en de ‘externe omgeving’ – lees de samenleving en/of de markt.

De externe omgeving, dat is misschien nog wel vager dan ‘maatschappelijke verandering’. Maar het is een heel wezenlijk onderdeel van organisatiestructuren. Als er immers geen externe omgeving is, heb je ook geen interne structuren nodig die de muren om je organisatie moeten stutten. De maatschappij, de markt, andere bedrijven bepalen deels de vorm van je eigen club.

Niet lang geleden leerde je op managementopleidingen dat je als organisatie de externe omgeving zoveel mogelijk naar je hand moest zetten. Dat kon je bijvoorbeeld doen met massale marktcampagnes of door een uitgekiende voorlichting. Je kon als bedrijf een vraag creëren voor je product. En soms lukte het zó gaaf en betrouwbaar over te komen dat er een hele hausse ontstond van mensen die je aandelen wilden kopen of van jonge mensen die met duizenden gelijk zich inschreven voor je traineeshipprogramma.

Die tijden zijn voorbij. Tegenwoordig is er veel meer interactie tussen de externe omgeving en de organisatiestructuur en zijn de onderlinge verhoudingen veel gelijkwaardiger (gelukkig maar). Marketeers zuchten omdat hun massamedia-campagnes niet meer werken als vroeger. Personeelsmanagers zuchten omdat het juiste personeel niet te vinden en zeker niet te houden is. Strategen zuchten omdat ze geen idee hebben hoe hun organisatie er over tien jaar uit moet/kan zien en waar ze in het geval van de overheid nog ‘draagvlak’ in de samenleving kunnen vinden.

Deze zuchters kan ik helpen. Heel goed zelfs. Ik ben geen bestuurskundige maar heb wel in verschillende soorten organisaties gewerkt, groot en klein, en over de problemen geschreven die zij in deze ‘transitietijd’ van een hiërarchische naar een platte netwerksamenleving doormaken. Daarnaast ben ik sinds de oprichting van denktank Prospect bij heel Nederland binnen geweest voor koffie, lunch, interview en expertmeetings. Ik zie steeds weer hetzelfde beeld: maatschappelijke organisaties worstelen met hun legitimiteit, bedrijven met hun positie in de samenleving en de wispelturige markt.

Het is daarom mijn taak, ik zie het niet primair als een business opportunity, om bruggen te slaan. Tussen de organisatoren van economie en samenleving, die gewend zijn aan de oude structuren, en aan de andere kant de jonge netwerkgeneratie die op een totaal andere manier denkt en werkt. Zo star en angstig als die eerste wereld kan zijn, zo versnipperd en chaotisch kan de opkomende generatie van dromers, denkers en doeners zijn.

Vanwege mijn achtergrond en netwerk ga ik mij richten op het bouwen van bruggen tussen deze jonge mensen en ‘het systeem’. Door hierover concreet advies te geven, bijvoorbeeld op gebied van organisatieprincipes (authenticiteit, transparantie, participatie), maar ook door het actief inzetten van mijn eigen netwerk van inmiddels honderden jonge denkers. Wat weet ik nu van onderwijsbeleid? Ik ben geen expert. Maar kan wel zo twintig jonge types aandragen, of het nu vakidioten of geëngageerde buitenstaanders zijn. En zelf weet ik prima in welk krachtenveld het onderwijs zich begeeft en wat het uiteindelijke doel zou moeten zijn: een flexibele arbeidsmarkt en zelfstandige burgers.

Dat verbinden ga ik de komende weken doen bij een woningcorporatie in Breda, op een seminar over de woningmarkt in Amsterdam, bij de Young Bilderberg conferentie op Nyenrode, bij een expertsessie van Kennisland, voor het diplomatenklasje van Buitenlandse Zaken. Na de zomer sla ik bruggen bij een middag over het HBO, bij een conferentie over participatie in de zorg.

Iets groter pak ik dit werk aan met mijn documentaireproject Weg van de barricaden, het opstarten van een nieuw boek en de uitgave van een essaybundel van jonge denkers, hopelijk in september. En natuurlijk blijf ik schrijven. Hier op deze site en zoveel mogelijk met opiniestukken in de krant.

Het is tijd voor zon!

Doculog: Volle tapes en Kafkasubsidies

Twee stappen vooruit, één achteruit. Zo gaat het proces van een documentaire maken, voor mij is dat vooralsnog een periode van vallen en opstaan.

Inhoudelijk gaat het filmen prima. Inmiddels heb ik zo’n acht uur volle tapes geschoten – en dat voor een docu van ongeveer vijftig minuten. Uiteindelijk zal ik twintig uur draaien en ook nog archiefmateriaal gebruiken. Reken dus op max 2 minuten per tape die uiteindelijk in de documentaire te zien zullen zijn.

Zometeen ga ik met Aart van Veller van Wij Zijn Koel (adviesbedrijf op gebied van duurzaamheid) naar Nyenrode voor een lezing die hij daar geeft. Ik weet niet precies wat de bedoeling is, maar dat zien we daar wel.

Verder heb ik een aantal uitstekende zelfleerboeken gelezen: de Shut up and shoot! Documentary Guide en Producing with Passion, making films that change the world. Nu weet ik beter wat er allemaal komt kijken bij het filmmaken, waar ik absoluut op moet letten en hoe ik zonder budget toch een professioneel product kan afleveren en distribueren.

Tja, dat budget, dat blijft wel een heet hangijzer. Nu heb ik nog geen geld nodig want het is met name een draaifase waar ik in zit. Maar over een paar maanden moet ik echt gaan monteren, is kleurcorrectie en geluidsbewerking nodig en moet ik de rechten van het archiefmateriaal kopen. En dan ook nog eens de distributie geregeld krijgen.

Maar waar vind ik dat geld, minimaal 40 duizend euro? Alle documentairemakers die ik ken zeiden gelijk twee dingen: 1. subsidies! en 2. de subsidiewereld is vreselijk, ze hebben duizend eisen en bemoeien zich met de inhoud! Ik heb hun dubbeladvies ter harte genomen en een beperkt aantal fondsen aangeschreven. Ik blijk inderdaad eestal niet aan de waslijst van criteria te voldoen, zoals het hebben van een vaste producent of een uitzendgarantie. Lieve subsidienten: ik wil niet op tv. De documentaire moet op YouTube!

Daarom richt ik mijn pijlen ook op twee andere geldbronnen: Nederlandse bedrijven in het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen, en vrienden/familie/contacten voor crowdfunding. De bedrijven die ik tot nu toe heb gesproken, staan absoluut niet te trappelen om te geven. Dat heeft vooral te maken met de huidige crisis maar ook met het ontbreken van een direct eigenbelang. Het is natuurlijk héél belangrijk dat je wil laten zien hoe de jonge generatie haar maatschappelijke betrokkenheid invult, maar what’s in it for me? vragen de ondernemers zich af. Tja.

Het crowdfunden, door een grote groep mensen kleine bijdragen te laten geven voor een project, is evenmin echt gelukt. Ik had gehoopt op een bedrag met vier nullen (heb een paar honderd mensen benaderd), maar het is een bedrag met twee nullen geworden. Genoeg om een microfoon van te kopen, maar daar blijft het bij. Reden: in de Verenigde Staten is het heel gebruikelijk om de mensen om je heen te vragen om hulp, maar hier in Nederland niet, sommige mensen zagen het zelfs als egocentrisch handelen.

Het lijkt er dus op dat de fondsen de doorslag gaan geven. Zij komen over een paar maanden met een ‘beschikking’. Het Forum voor Democratische Ontwikkeling heeft al laten weten GEEN subsidie te gaan geven. Waarom niet? Nou, het bestuur vindt mijn project ‘fantastisch’ maar omdat ik een politieke-partij-in-wording volg kan het FDO onmogelijk de documentaire steunen. Anders lijkt het of deze club een bepaalde politieke richting zou aanhangen, en dat kan natuurlijk niet. Terwijl ik voor mijn camera nu een prachtig verhaal heb van jonge, bevlogen mensen die willen proberen tot democratische vernieuwing te komen. En dat is toch precies wat het Forum voor Democratische Ontwikkeling beoogt? Kafka ten top.

Eerder deze week had ik een leuk gesprek bij IDFA, ik ga aan de algemene selectie meedoen voor hun festival in november,geld of niet. Toen ik de medewerker uitlegde dat ik de documentaire op een guerilla-style en open-source manier wilde maken, maar daarbij buiten alle financiering-structuren val die juist dit soort vernieuwing stimuleren, grijnsde hij. ‘Bizarre situatie. Daar zou je een documentaire over kunnen maken.’

Next »